Categorie op Uncategorized

Streetfishing Ons Vermaak is ‘zeker voor herhaling vatbaar’

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie

De eerste Streetfish-wedstrijd van Hengelaarsvereniging Ons Vermaak leek ’s ochtend letterlijk in het water te vallen. Vroeg in de morgen, nog voor aanvang,  regende het aan één stuk door. Het weerhield geen van de zeventien koppels ervan om toch langs te komen. Maar liefst vijftien van hen kwamen bovendien van ‘ver’, zoals uit Apeldoorn, Drachten, Leeuwarden, Assen of Zwolle. Met zeventien teams en zeventien meter gevangen vis, werd dit eerste evenement, speciaal gericht op het vangen van roofvis, een groot succes.

Streetfishing; er worden heuse Nederlandse Kampioenschappen voor georganiseerd. Zo vindt er op 21 oktober van dit jaar in Zwolle zelfs een selectiewedstrijd voor het NK plaats. Maar afgelopen zaterdag was het de beurt aan Kampen met haar eerste streetfishwedstrijd. In samenwerking met Sportvisserij Oost-Nederland werd er een mooi evenement neergezet. Dat leverde de deelnemers bij voorbaat al een goodiebag met gebreide muts van deze federatie en diverse loodvrije ‘loodjes’ voor hun visgerei op.

‘Visjuf’
Op hier en daar een minuscuul  klein miezertje na, trokken de regenwolken snel over. De deelnemers, die zich eerder hadden verzameld in het Stadspark – in het clubgebouw van Duikvereniging De Oester -, gaven zelfs aan zich iets te warm te hebben gekleed voor deze dag. Het noopte een paar van hen tot het uittrekken van een extra laag kleding.


‘Regen vind ik niet zo erg’, laat Paola van Velsen (44) uit Zwolle zich later ontvallen. ‘Wind is veel erger.’ Paola staat met haar oudste zoon Aron (16) aan de Burgel, bij een van de grotere bruggen, te vissen. Als ik langskom, haalt ze net een baarsje ter grootte van 17 centimeter uit het water. Groter dan sommige van onze eerdere vangsten’, bezweert ze en merkt niet hoe ik er een beetje meewarig naar kijk. ‘Alle vangsten tellen’, gaat ze verder. Ze maken ‘een dag als deze de moeite waard’, zo blijkt. ‘Al zet je mij om zeven uur ’s ochtends hier neer, dan vind je me hier ’s avonds om tien uur nog’, lacht ze en vervolgt: ‘Mijn man begrijpt mijn liefde voor het vissen niet.’ Haar beide zonen – ze heeft er nog eentje thuis van tien, die te jong was voor deze wedstrijd – hebben de liefde voor het vissen duidelijk van hun moeder meegekregen. Zelf vist ze al vanaf haar zevende. ‘Toen nog met een bamboehengeltje, om voor pa aasvisjes te vangen, want die was gek van snoeken.’ In het afgelopen uur hebben zij en haar zoon al zoveel vissen gevangen, dat ze de tel al is kwijtgeraakt. Een goed teken, meent ze. ‘We kennen de wateren in Kampen niet, zijn hier voor het eerst, maar tot nu toe bevalt het me hier prima.’ Vissen is voor deze drukke moeder een manier om even de dagelijkse sleur te doorbreken. ‘Het is heerlijk actief vissen. Daar houd ik van. En ik ben erg fanatiek bij een wedstrijd’, erkent ze. Daarom ook is ze blij met het gezelschap van haar oudste zoon ‘want die redt zichzelf wel bij het vissen’. Ze wist zich, samen met vismaatje Tabitha Wakum-Hessels, vorig jaar te kwalificeren voor het NK. Uit een landelijk deelnemersveld van meer dan duizend vissers, werden de beide dames uiteindelijk negende. Daarmee waren ze niet alleen de beste vrouwen op het NK, maar ‘ook het enige vrouwenteam van de vijftig gekwalificeerde koppels’ die aan het NK meededen. ‘Als het op vissen aankomt, weet ik mijn mannetje wel te staan.’ Haar dochter van acht leek ook al voorbestemd om een visliefhebber te worden, vertelt ze, terwijl ze de zojuist gevangen baars op de onthaakmat met meetmat legt. Terwijl Aron een foto maakt en deze via de app doorstuurt naar de wedstrijdleiding, vertelt ze dat de prille liefde van haar dochter voor het vissen inmiddels is bekoeld. ‘Ze viel in het water en vindt het vissen sindsdien alleen nog maar ‘stom’.’ Paola wil graag zoveel mogelijk kinderen laten kennismaken met het plezier dat vissen kan geven. ‘Daarom ben ik ook visjuf geworden, zodat ik kinderen van de basisschool kan leren hoe ze moeten vissen, wat er allemaal bij komt kijken en hoe leuk het wel niet is.’ Later, terug in het clubhuis, blijkt Paola geen onbekende onder de vissers en hoor ik herhaaldelijk de opmerking ‘kijk, daar is de visjuf’ vallen.

Zwaar chagrijnig
Maar zover is het nog niet. De wedstrijd is nog in volle gang. Dus fiets ik verder door de stad, op zoek naar wedstrijddeelnemers; allemaal herkenbaar in gele hesjes met het embleem van Ons Vermaak erop. Bij de IJssel heb ik beet. In eerste instantie geeft ook Freek Komrij, net als vele andere deelnemers, aan voor het eerst in Kampen te zijn. Hij vist samen met zijn maatje aan onze mooie IJssel. Die staat niet voor niets een behoorlijk stuk van zijn vismaat af, zoals ik enkele minuten later begrijp. Wat ze hier in Kampen doen? ‘Tja, anders zit je maar wat thuis, naar voetbal te kijken’, grinnikt hij. Toch heeft Kampen hem nog niet bijster kunnen bekoren. Hij is zijn schepnet op een andere locatie verloren en ook heeft hij hier aan de rivier inmiddels al drie lijntjes verspeeld. ‘Er ligt hier erg veel rotzooi in het water, zeker?’ vraag ik en denk aan alle fietsen die soms ‘mysterieus’ van de kade duiken om dan in de modder van de IJssel weg te zakken. ‘Dat zal’, klinkt het. Hij knikt in de richting van een aalscholver en zegt: ‘De vissen zitten hier wel, want hij weet ook de een na de ander te pakken.’ Het venijn in zijn stemgeluid is onmiskenbaar. Freek baalt.
De Fries knoopt een nieuwe lijn aan zijn hengel en zwiept het weer de IJssel in. De top van zijn hengel buigt vrijwel meteen flink door. Ik vermoed een ‘beet’, maar Freek helpt me uit de droom als na een korte ruk weer alleen maar een lege lijn uit het water omhoog zwiept. Lijn vier. ‘Ik ben meer van de belly boat’, vertelt hij. ‘Dat is erg leuk vissen.’ De man uit Drachten vertelt dat hij toch al wel eens eerder op de IJssel heeft gevist en daarom nu hier bij de IJsselbrug zijn hengel maar heeft uitgegooid. Het heeft hem nog geen geluk opgeleverd. ‘Verder ken ik het water hier nog niet zo goed’, zegt hij. Als hij zijn vijfde lijn begint te knopen, en zich en passant laat ontvallen dat hij ‘nu toch wel zwaar chagrijnig begint te worden’, besluit ik hem nog veel plezier te wensen en ga er snel vandoor.

Inmiddels heeft een deelnemer bij de brandweerkazerne een snoek van 85 centimeter gevangen. Daar moet ik dus ook nog even kijken. Ik tref er, een half uur voor het einde van de wedstrijd, Kasper Wezeman (14) en Mees van Weeghel (13), één van de twee koppels uit onze eigen gemeente, én de twee jongste deelnemers van vandaag, aan. ‘Ik vis hier voor het eerst’, zegt Kasper en hij vertelt dat ze samen al meer dan dertig baarzen hebben gevangen. Helaas tellen alleen de vijf grootste baarzen mee voor de wedstrijd. Daarnaast moeten ze eigenlijk ook nog drie snoekbaarzen, twee snoeken, twee roofbleien en een meerval zien te vangen. Want van al deze vissen wordt de totaallengte opgeteld en wordt uiteindelijk de winnaar bekendgemaakt. Hoewel er in de IJssel al wel eens meervallen van bijna drie meter zijn gevangen, moeten we het vandaag helaas zonder doen. ‘En die snoek is inmiddels ook al weg’, grinnikt Kasper. Al zijn er bij terugkomst in clubhuis ‘De Oester’ wel vissers met verhalen van ‘grote snoeken’ die net voor de kade los glipten. Ach ja, vissers en hun sterke verhalen…

Buffet, zonder…
Uiteindelijk werd er door de zeventien teams voor meer dan 17 meter aan vis gevangen, vertelt Jarno Veldhuizen, die namens Sportvisserij Oost-Nederland de vangsten keurig in een Excel sheet heeft bijgehouden. Alle vangsten kwamen netjes bij hem binnen en werden bij de juiste teams in diverse categorieën genoteerd. ‘Samen hebben de vissers meer dan zestig baarzen, een twintigtal snoekbaarzen, tien snoeken en elf roofbleien gevangen. Vier teams kwamen met helemaal niets naar huis, al had een daarvan natuurlijk wel die ‘hele grote snoek verspeeld’.
Freek en zijn maat blijken uiteindelijk wel van de vermaledijde nul afgekomen te zijn, maar heel veel hebben ze nu ook weer niet weten te vangen. Bovendien heeft de Drachtster meer verspeeld dan degene die vol visserslatijn over de verspeelde snoek verhaalt. ‘Ja, zo wordt het wel een dure hobby’, had hij zich onder de IJsselbrug al laten ontvallen. Toch heeft hij het verder ‘wel naar de zin gehad’. Saillant detail: de vangst was in kampen beduidend beter dan enkele maanden geleden in Zwolle, zo vertelt Jarno. ‘Daar waren 29 deelnemers en werd er twintig meter vis gevangen, tegen zeventien deelnemers en zeventien meter vis in Kampen.’ Fijn, hebben we die Blauwvingers toch weer weten af te troeven!


Kasper en Mees, met naar eigen zeggen hun meer dan dertig gevangen baarzen (daarmee samen verantwoordelijk voor de helft van het totaal aantal gevangen baarzen), werden zesde van de zeventien teams; een bijzondere prestatie voor deze twee ‘jonkies’. Het leverde hen echter geen prijs op. Die gingen naar vissers van buiten onze regio. Gerjan Huisker en Roy Kremer werden derde, Milco Overweel en Michiel Jorink tweede en Melvin Kanon en Luke Bergsma werden eerste. Laatstgenoemd team kreeg uit handen van visgids Herman Schuurman hun prijs: een dag met hem op het water om te gaan snoekbaarzen; Hermans specialiteit. De mannen, afkomstig uit een dorpje nabij Assen, waren aangenaam verrast over deze bijzondere eerste prijs. Luke: ‘We waren al onder de indruk van de organisatie hier in Kampen, maar dit maakt het nog mooier!’ Ook alle andere deelnemers waren zeer te spreken over hoe de mannen van Ons Vermaak deze wedstrijd hadden opgezet. Niet alleen was er het gebruikelijke kopje koffie vooraf, ook kregen de deelnemers een lunchpakket mee en was er na afloop tijd voor een drankje en een praatje, én was er een uitgebreid en smakelijk pastabuffet, zodat niemand, eenmaal op weg naar huis, met honger in de auto hoefde te zitten. Dat het een buffet met vlees – én zonder vis – was, leek niemand ervan te weerhouden er goed van te smullen.

‘Met Ont-moet willen we Kampen mooier maken’

‘Met Ont-moet willen we Kampen mooier maken’

Oud-predikant Gert Zomer start bijzonder initiatief

Door Alex de Jong @ Attest Communicatie

KAMPEN – Gert Zomer wil ‘Kampen mooier maken’ door aandacht te hebben voor de mensen in de samenleving. Hij wil er zijn voor mensen die een luisterend oor en een aandachtig oog ‘zo ontzettend hard’ nodig hebben. Daarbij ‘moet’ niks, maar schuwt hij de bezinning en de verdieping niet. Met zijn Stichting Ont-moet zal de oud-predikant her en der in de stad vele inloopochtenden, dialoogavonden en zogenoemde Ont-Moet cafés organiseren. Hij hoopt daarmee eenzaamheid en polarisatie in de maatschappij te kunnen bestrijden.

De start en officiële presentatie van de Stichting Ont-moet vond afgelopen vrijdagavond (1 februari 2019) plaats in de salon van de Stadsgehoorzaal. Jelle Wouda, directeur van de Stadsgehoorzaal, stelde de ruimte belangeloos beschikbaar omdat hij het initiatief van Gert Zomer een warm hart toedraagt. Ook zal hij, ten gunste vande stichting en haar voorgenomen ‘werk’ voor de Kamper samenleving, iedere maandagochtend tijdens de markt, het restaurant van de Stadsgehoorzaal openstellen.Tijdens deze Ont-moet inloopochtend kunnen mensen vrijelijk naar binnen lopen voor een gratis kopje koffie ‘en een beetje menselijke warmte’. De markt, in de Griekse oudheid de Agora genaamd, is volgens Gert een ‘gave plek’ die weer net als vroeger een politiek, economisch en sociaal centrum zou kunnen worden. Hij hoopt dat mensen, die nu door de ik-cultuur tussen wal en schip zijn geraakt, de drempel van Ont-moet over durven te stappen en het gesprek aangaan. ‘Wij willen hen een luisterend oor en een aandachtig oog bieden. Kortom: aandacht hebben voor elkaar; naar elkaar luisteren en met elkaar in gesprek gaan; de eenzaamheid bestrijden.’ Al was iedereen het er tijdens de openingsavond over eens dat je niet te vaak moet spreken over ‘eenzaamheid’. Tenslotte geeft niemand graag toe dat hij of zij eenzaam is. Voor menigeen is dat nog een station te ver. ‘Maar iedereen heeft wel graag warmte, aandacht, een goed gesprek en mensen om zich heen.’ Ont-moet wil dat allemaal bieden.

Eenzaamheid bestrijden
Gert Zomer schetste tijdens zijn openingstoespraak een treurig beeld van hoe het in onze individualistische samenleving met de mensheid is gesteld. ‘Vanochtend las ik in de krant een bericht over hoe Japanse ouderen steeds crimineler worden’, begon hij. ‘Ze zijn op zoek naar inkomen, naar een dak boven hun hoofd, en denken ‘ik ga met een mes door het park lopen zwaaien – ook al heb ik helemaal geen kwaad in de zin -, maar het enige wat ik wil is dat ik opgepakt word, dat ik eten krijg, een dak boven mijn hoofd en mensen om mij heen. Eenzaamheid. Waartoe dat niet allemaal kan leiden…’ Het voorbeeld is ‘niet zomaar een bericht uit Japan’, zo hield hij de circa 25 aanwezigen voor. ‘Het is dichterbij dan je denkt. Toen ik in Amsterdam bij de daklozenopvang werkte, kwam ik precies hetzelfde tegen. Ook zij ondernemen allerlei kleine criminele activiteiten en geven zichzelf daarna aan voor een paar dagen onderdak.’ Eenzaamheid, zo schetste hij, is een groot maatschappelijk probleem. Om het verschil te maken, heeft hij de Stichting Ont-moet in het leven geroepen.

Laagdrempelige inloop
‘Wat is eenzaamheid nu precies? Je kunt het dan hebben over sociale, emotionele of existentiële eenzaamheid. Een ding is duidelijk: het is niet alleen iets van ouderen. Er zijn diverse rapporten verschenen die alarmerende cijfers laten zien over eenzaamheid onder jongeren. Die barsten van de contacten, vrienden en volgers op social media, maar zijn existentieel volstrekt eenzaam. Met andere woorden: onze samenleving levert ons deze problemen. Ik wil met Ont-moet de mensen bereiken die zelf moeilijk de stap zetten om uit hun isolement te komen .Ik wil hen helpen hun eigen kracht op te zoeken.’ Grote vraag is natuurlijk: hoe pak je dat aan? En: hoe onderscheid je je van andere partijen die iets soortgelijks al (trachten te) doen? ‘Er zijn al zat andere partijen in deze zorg. Denk aan organisaties als Humanitas, de Voedselbank, Stichting Present… Wat voegen wij toe? Stichting Ont-moet biedt geen praktische hulp. Geen schuldhulp, taalhulp, computer- of voedselhulp. Wat wij bieden is aandacht. Aandacht en tijd voor de ander.’ Het verklaart volgens hem ook de naam van de stichting. ‘We hebben gekozen voor de ontmoeting. Maar vooral ook voor dat streepje, dat aangeeft dat niks ‘moet’.
‘We beginnen heel laagdrempelig met een inloop en een kopje koffie; kortom: gezelligheid voor iedereen. Daaruit zullen contacten ontstaan die ons naar de tweede etage brengen: je gaat de diepte in. Iemand vertelt over zijn leven, of komt met allerlei levensvragen als ‘hoe ga ik om met mijn verleden, met mijn pijn, met de buren, met mezelf…’

Inmiddels staan er maandelijks inloopochtenden in de Bibliotheek (iedere vierde vrijdag van de maand) en wekelijks in het restaurant van de Stadsgehoorzaal (op de maandagochtend) gepland en zal er op frequente basis een Ont-moet café in Huize Margaretha plaatsvinden. Ook zullen er in het Museum Huys der Kunsten dialoogavonden voor verdieping en verbinding worden gehouden. Hier wil hij ook graag met ondernemers in gesprek komen. ‘Samen proberen we de polarisatie in de samenleving te boven te komen en de mens te versterken. Zo willen we Kampen mooier maken.’